Er worden tien keer zoveel fietsen gestolen als er aangiften zijn
87.000 keer aangifte, naar schatting een miljoen gestolen fietsen. Het gat tussen die twee getallen is het echte verhaal.
27 juli 2026 · 3 min lezen
In 2025 deden Nederlanders bijna 87.000 aangiften van fietsdiefstal. Dat is 238 per dag, en het is 41 procent meer dan in 2020. Toch is het niet het interessantste getal in dit verhaal. Het interessantste getal is wat eronder ligt.
Negen van de tien keer doet niemand aangifte
Schattingen komen uit op bijna een miljoen gestolen fietsen per jaar. Dat is ruim 114 per uur, ook ’s nachts en op eerste kerstdag. Tussen die schatting en de 87.000 aangiften gaapt een gat van meer dan negentig procent.
De reden is prozaïsch. Aangifte doen kost tijd, de kans dat je je fiets terugziet is klein, en bij een tweedehands fiets van tachtig euro weegt dat niet tegen elkaar op. Het gevolg is wel dat de officiële statistiek een fractie van het probleem laat zien.
Van elke tien gestolen fietsen komt er ongeveer één in de statistiek terecht.
Waar het het vaakst gebeurt
Omgerekend naar het aantal inwoners staan de studentensteden bovenaan. Per duizend inwoners werden in 2025 de meeste aangiften gedaan in:
- Amsterdam: 12,8 per 1.000 inwoners
- Groningen: 12,7
- Nijmegen: 12,4
- Zandvoort: 12,3
- Utrecht: 11,4
Zandvoort is de vreemde eend: geen universiteit, wel een strand vol dagjesmensen met onbeheerde fietsen.
Wat het kost
De totale schade wordt geschat op bijna 800 miljoen euro per jaar. Dat bedrag stijgt harder dan het aantal diefstallen, en dat is geen toeval: hoe duurder de gemiddelde fiets wordt, hoe zwaarder elke gestolen fiets weegt. Een e-bike van drieduizend euro is een heel ander verlies dan een opoefiets van tachtig.
