Fietsen levert de gemiddelde Nederlander een half jaar op
74 minuten per week is genoeg. En de bekende kop 'fietsen voorkomt 6.500 doden' klopt niet. Het echte cijfer is interessanter.
27 juli 2026 · 4 min lezen
Nederlanders fietsen gemiddeld 74 minuten per week. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht legden die gewoonte naast gezondheidsdata van de Wereldgezondheidsorganisatie en kwamen tot een opmerkelijke conclusie: het scheelt de gemiddelde Nederlander ongeveer een half jaar levensverwachting. Niet door sportief te fietsen, gewoon door naar de bakker, het station en het werk te trappen.
Waarom “6.500 doden voorkomen” niet klopt
Dit onderzoek is jarenlang samengevat als “fietsen voorkomt 6.500 sterfgevallen per jaar”. Dat klinkt indrukwekkend, maar het is een verdraaiing, en een leerzame. Fietsen voorkomt namelijk geen enkele dood; het stelt hem uit. Iedereen gaat uiteindelijk dood, en een statistiek die suggereert dat een groep mensen níét doodgaat, meet eigenlijk iets anders.
Wat er wél uitkomt is een optelsom van tijd: ongeveer 106.000 gewonnen levensjaren per jaar, verdeeld over iedereen. Dat is een eerlijker getal, want het zegt precies wat het is.
Fietsen voorkomt geen sterfgevallen. Het stelt ze uit, en dat is een heel ander soort winst.
De risico’s zijn meegerekend
Het aardige aan dit type onderzoek is dat de nadelen erin zitten. Een eerdere studie van de Universiteit Utrecht en het Planbureau voor de Leefomgeving rekende voor wat er gebeurt als je korte autoritjes vervangt door fietsritjes. Daar gaan van af: een verhoogd ongevalsrisico (goed voor vijf tot negen dagen levensverwachting) en het inademen van meer uitlaatgassen (één tot veertig dagen). Wat er per saldo overblijft is nog altijd drie tot veertien maanden winst.
Anders gezegd: het gevaar van fietsen is echt, maar het is orden van grootte kleiner dan de winst van bewegen. De rekensom valt zelfs uit in het voordeel van de fiets als je hem zo streng mogelijk maakt.
Wat het het land oplevert
De onderzoekers zetten er ook een prijskaartje aan: het Nederlandse fietsgedrag zou jaarlijks zo’n 31 miljard euro waard zijn aan vermeden zorgkosten en gewonnen gezonde jaren. Dat bedrag komt met alle onzekerheid die zulke sommen hebben, maar de orde van grootte maakt één ding duidelijk: het fietspad is geen kostenpost.
